Wat er gebeurt
Op het moment van de melding schiet de stroom heel kort omhoog en zakt de spanning even weg. Dat gebeurt als een apparaat aanslaat: de inschakelstroom (aanloopstroom). Zo’n piek duurt maar een fractie van een seconde, maar is veel hoger dan het normale verbruik van het apparaat. De omvormer raakt daardoor heel even zijn maximum en geeft de melding “overbelasting”. Meteen daarna is het weer voorbij. De melding “accuspanning te laag” komt uit hetzelfde moment: tijdens die piek zakt de accuspanning ook even mee.Waarom je in de grafiek weinig terugziet
VRM bewaart de waardes per minuut en middelt ze uit. De echte piek duurt korter dan een seconde, dus die valt weg in het gemiddelde. In de grafiek zie je daardoor hooguit een klein bultje op het tijdstip van de melding, terwijl de omvormer de werkelijke, veel hogere piek wél heeft gevoeld.Welke apparaten dit veroorzaken
Apparaten met een hoge inschakelstroom zijn meestal de oorzaak. Kijk welke van deze rond het tijdstip van de melding aanslaan:- Apparaten met een motor of compressor: koelkast, vriezer, warmtepomp, (dompel)pomp, airco
- Verwarmingselementen die vol aanslaan: waterkoker, koffiezetapparaat, boiler, wasmachine, vaatwasser
Eén enkele korte melding zonder verdere gevolgen is geen probleem. De omvormer beschermt zichzelf en herstelt direct. Blijft het systeem gewoon werken, dan hoef je niets te doen.
