Wat heb je nodig?
- VE Configure 3 op een Windows-computer (onderdeel van VictronConnect / VE Configuration Tools).
- Installateurs-/volledige toegang tot de VRM-omgeving van het systeem. Zie toegang tot VRM geven.
- Een systeem dat online is (Cerbo GX met internetverbinding), zodat Remote VEConfigure het configuratiebestand kan op- en terugzetten.
De procedure in het kort
- Configuratiebestand downloaden uit VRM
- Openen en aanpassen in VE Configure 3
- Bestand opslaan (
.rvsc) - Bestand terugzetten (uploaden) via VRM
Stap voor stap
Open Remote VEConfigure in VRM
MultiPlus-II 48/4500/55-32. Als er meerdere VE.Bus-apparaten zijn, let dan goed op dat je het juiste apparaat kiest.Download het configuratiebestand
.rvsc-bestand.
VRM haalt de huidige configuratie op uit de omvormer.
Open het bestand in VE Configure 3
.rvsc-bestand in VE Configure 3. In de titelbalk zie je het model en serienummer van de omvormer staan — controleer dat dit klopt met het systeem waaraan je werkt.De instellingen zijn verdeeld over tabbladen: General, Grid, Inverter, Charger, Virtual switch, Assistants en Advanced. Voor een ESS lopen we de relevante tabbladen langs.General — netstroom en frequentie
- System frequency:
50Hz. - Shore limit → AC input current limit: de maximale stroom die het systeem uit het net mag trekken (bijv.
32.0 Abij een 1-fase aansluiting). Vink Overruled by remote aan zodat de Cerbo/ESS deze limiet dynamisch mag aansturen. - Laat Dynamic current limiter en External current sensor uit, tenzij je situatie dat vereist.

General: systeemfrequentie en de netstroomlimiet (shore limit).
Grid — netcode voor teruglevering
None, dan kan het systeem geen energie terugleveren.Onder de netcode staan de spanningsgrenzen (voorbeeldwaarden): AC low disconnect 180 V, AC low connect 187 V, AC high connect 265 V, AC high disconnect 270 V, met Accept wide input frequency range (45-65 Hz) en UPS function aangevinkt.
Grid: kies de netcode die bij jouw land/netbeheerder past.
Inverter — omvormer- en uitschakelgrenzen
- Inverter output voltage:
230 V. - Stel de DC input low-grenzen in zodat de omvormer de accu op tijd ontlast — in dit voorbeeld shut-down
48.00 V, restart52.00 V, pre-alarm52.00 V. Deze waarden horen bij het spanningsniveau van jouw accu. Werk je op laadtoestand? Gebruik dan shut-down on SOC. - Laat Do not restart after short-circuit en enable AES op de gewenste stand voor jouw systeem.

Inverter: uitgangsspanning en de DC-uitschakelgrenzen.
Charger — batterijtype en laadspanningen
- Enable charger aan.
- Zet het Battery type op het type dat bij jouw accu hoort, bijvoorbeeld Lithium Iron Phosphate (LiFePO4). VE Configure vraagt of je het standaard-laadprofiel voor Li-Ion wil laden; dat is een goed vertrekpunt.
- Controleer/stel de absorptiespanning, floatspanning en laadstroom volgens de specificaties van jouw accufabrikant. In dit voorbeeld: absorptie
56.80 V, float54.00 V, laadstroom55 A— dat zijn de waarden voor déze accu, niet voor de jouwe. - Charge curve:
Fixedvoor de meeste lithium-thuisaccu’s.

Charger: batterijtype LiFePO4 en de laadspanningen (voorbeeldwaarden).
Assistants — voeg de ESS-assistent toe

Assistants: de ESS-assistent is toegevoegd. Klik op Start assistant om hem te doorlopen.
-
Battery system — kies het type dat bij jouw accu en BMS hoort. Voor de meeste moderne thuisaccu’s met een CAN-bus BMS (zoals Pylontech of Dyness) is dat “System uses LiFePo4 with other type BMS”. Gebruik je een VE.Bus BMS, kies dan de bijbehorende optie.

Battery system: kies de optie die bij jouw accu/BMS past.
-
Battery capacity — vul de werkelijke accucapaciteit in Ah in.

Battery capacity: vul de werkelijke capaciteit van je accu in Ah in.
-
VEConfigure battery type selection — kies “Change battery type as suggested” zodat de assistent het laadprofiel afstemt, tenzij je bewust je eigen instellingen wil houden.

Laat de assistent het batterijtype afstemmen, of behoud je eigen instellingen.
Sla het bestand op
.rvsc-bestand (File → Save). Gebruik een herkenbare naam, bijvoorbeeld met de klant/installatie erin.Zet de configuratie terug via VRM
.rvsc-bestand naar dezelfde service. VRM zet de instellingen terug (status: Instellen → Wachten op status). De omvormer herstart hierbij kort.
VRM zet de aangepaste configuratie terug naar de omvormer.
Controleer of het ESS draait
Veelgemaakte fouten
- Geen netcode gekozen (
None). Dan kan het systeem niet terugleveren. - Verkeerd batterijtype of verkeerde laadspanningen. Volg het datasheet van je accu, niet de fabrieksdefault van een ander accutype.
- ESS-assistent niet (volledig) toegevoegd. Zonder de ESS-assistent stuurt het systeem niet op zelfverbruik.
- Verkeerde service gekozen bij meerdere VE.Bus-apparaten — je overschrijft dan het verkeerde apparaat.
